Bedrijfslocaties

De ondernemingen van de deelnemers van Landbouw op Peil moeten met hun bedrijfsvoering rekening houden met de specifieke omstandigheden van hun bedrijfslocatie. 

Maatschap Ormel

Het bedrijf van Maatschap Ormel ligt in Bruinehaar. Het is een gemengd bedrijf met melkvee, akkerbouw en de teelt van lelies. Het bedrijf heeft 100 melkkoeien, 40 pinken, 40 kalveren en 1 stier. De huiskavel beslaat 120 hectare, daarnaast heeft de maatschap 2 veldkavels en ongeveer 15 losse percelen. Het bedrijf heeft 45 ha gras, 23 ha snijmaïs, 80 ha consumptieaardappelen, 8 ha zetmeel, 8 ha pootgoed, 19 ha bieten en 45 ha voor de teelt van bloembollen (lelies). Het bedrijf is geheel zelfvoorzienend en past eenmaal in de zeven jaar graslandverbetering toe (na één jaar lelies).

Maatregelen:

1. Periodiek afsluiten duikers en nieuwe stuwen om water vast te houden

Monitoring:

2. Peilbuizen om de grondwaterstand te meten, oppervlaktepeil metingen bij de stuwen en duikers, bodemvocht metingen, lokale neerslag en verdamping

Resultaten tot op heden:

In het overzichtskaartje in de rechterbalk is te zien dat er vier stuwen aanwezig zijn om de peilen van het oppervlaktewater te sturen. Stuw D is uiteindelijk nog 50 m naar het zuiden verplaatst om de peilen nog beter te kunnen sturen. Er zijn 4 peilbuizen geplaatst om te kunnen meten hoe hoog het grondwater staat. In de waterstandsgrafiek is het oppervlaktewaterpeil en het grondwaterpeil te zien bij stuw B. Wanneer het oppervlaktewaterpeil stijgt, volgt het grondwater (zie cirkels in grafiek). In oktober is bijvoorbeeld te zien dat het oppervlaktewaterpeil stijgt als gevolg van neerslag en dat het grondwater mee stijgt. In het voorjaar van 2013 wordt het waterpeil opgezet met behulp van stuw B. Hierdoor blijft het grondwaterpeil hoog staan. Van maart tot en met juni 2013 zakt het peil van de sloot geleidelijk. Er is immers geen aanvoer. Te zien is dat het grondwater ook geleidelijk aan mee zakt (rode pijlen). Hieruit is op te maken dat met de slootpeilen de grondwaterstand gestuurd kan worden, maar het grondwater op een gegeven moment regionaal wegzakt. De stuwen geven de mogelijkheid om water langer vast te houden voor de gewassen op drogere gronden.

Toelichting Hugo Ormel:

"Het aanleggen van de peilgestuurde drainage is niet doorgegaan, omdat we geen vergunning kregen in dit Natura2000 gebied. Uiteindelijk hebben we alleen de stuwen aangelegd om daarmee de grondwaterstanden beter te kunnen sturen.

Wat ik vooral leer van dit project is hoeveel het grondwater fluctueert als gevolg van neerslag en verdamping. Daar had ik geen idee van. Ik heb met peilbuizen de grondwaterstanden gemeten en ik heb de slootpeilen bekeken. Het grondwater reageert heel duidelijk als met een stuw het peil opgezet wordt. Ook als het begint te regenen stijgt het grondwater sterk mee en als het een periode droog is, daalt het grondwater sterk. Ik had bijvoorbeeld niet verwacht dat het grondwater zo fel op het weer zou reageren.

Ik ben eind februari begonnen met het water opzetten (zo maximaal mogelijk) met het idee: wat je hebt, moet je binnen houden. Mijn gevoel zegt dat je meer aan het water hebt als je het vasthoudt, maar het is moeilijk in opbrengsten of metingen uit te drukken. Ondanks dat het waterpeil maximaal hoog werd gehouden, waren er geen problemen in het voorjaar om het land op te kunnen. Door het peil te verhogen, verdroogt het land minder snel op de plekken waar je dit wel zou verwachten. Maar wanneer het langdurig droog is, kan je het zakken van het water toch niet tegenhouden. In die zin sta je dan machteloos, omdat de sloten toch op een gegeven moment leeg zijn. Dat valt me wel tegen.

De bodemvocht wordt gemeten om te zien wanneer we moeten beregenen. Maar we moeten nog kijken of we er iets aan hebben. In de praktijk laten we meer ons boerengevoel spreken als het om beregenen gaat dan het meetstation."