Integrale aanpak

Provincies kennen functies toe aan grondwater en geven gebiedsfuncties aan, die uitgangspunt zijn voor het waterbeheer. De gebruiksfuncties van gronden kunnen onderling flink botsen. De grootste knelpunten in het landelijke gebied doen zich voor in het spanningsveld tussen landbouw en natuur. Landbouwgrond mag bijvoorbeeld niet te droog of te drassig zijn. We stemmen de inrichting en het beheer van schoon grond- en oppervlaktewater dan ook af op de omgeving. Samen met degenen die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke ordening, landbouw, natuur, milieu en recreatie zorgen we voor een evenwichtig waterbeheer. We werken volgens een integrale aanpak, zodat gezamenlijk gewerkt kan worden aan een duurzame balans. Met oog op veiligheid en economie, maar ook andere belangen, zoals natuur en recreatie.

Dilemma

Een mogelijkheid om te komen tot een meer natuurlijk watersysteem en de watervoerendheid van de waterlichamen in de zomers te verbeteren, is het verhogen van de grond- en oppervlaktewaterstand. Daarnaast kan het langer vasthouden van water bijdragen aan het terugdringen van de verdroging en daarmee aan een constantere waterafvoer. Voor agrariërs die gronden hebben nabij de belangrijkste waterlopen, kan een verhoging van de waterstand echter leiden tot een verslechtering van de bedrijfsvoering en uiteindelijk slechtere bedrijfsresultaten. In het project Landbouw op Peil wordt samen met de agrariërs onderzocht hoe kan worden ingespeeld op deze veranderende hydrologische en klimatologische omstandigheden. We toetsen bijvoorbeeld maatregelen zoals peilgestuurde drainage, boerenstuwtjes en andere gewaskeuzes.