Water

De waterschappen zorgen voor voldoende schoon water en droge voeten. Voor agrarisch grondgebruik, de natuur en wonen, in droge en natte perioden. Hierbij staat veiligheid en het voorkomen van wateroverlast altijd voorop en zoeken we voortdurend naar een duurzaam evenwicht. Kleine veranderingen kunnen grote gevolgen hebben. Water verbindt mens en landschap, landbouw en stadsleven, bedrijf en natuur.

Lees meer over:

Waterbeheer 21e eeuw

Op basis van landelijke en Europese regelgeving, moeten de waterschappen het watersysteem op orde krijgen en houden. Voor het realiseren van een dynamisch en veerkrachtig watersysteem is ruimte voor water noodzakelijk. In het kader van het Waterbeheer 21e eeuw (WB21) houden we water eerst vast in het gebied zelf, dan bergen we water en tenslotte voeren we het water beheerst af. Samen met andere organisaties zorgen we dat regenwater wordt opgevangen in waterbergingsgebieden. Ook verbreden we beddingen van beken en rivieren en graven we zelfs nieuwe beken. Met meer ruimte voor water, voorkomen we wateroverlast en houden we in natte tijden water vast, zodat we in drogere perioden meer water hebben. Ook houdt WB21 rekening met meervoudig ruimtegebruik en de koppeling aan andere functies. In het stedelijk gebied kan water worden gecombineerd met stedelijke herinrichting en stadsuitbreiding. In het landelijke gebied kan water worden gecombineerd met landbouw, natuur en recreatie.

Schoon water

De waterschappen zorgen voor schoon water door middel van verschillende maatregelen. Veel van de kwaliteitsnormen voor water zijn bepaald vanuit Europese richtlijnen, zoals de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De oevers worden natuurlijker ingericht om de waterkwaliteit en de biodiversiteit te verbeteren. De stuwen worden aangepast, zodat vissen kunnen passeren. Ook scheiden we daar waar mogelijk water uit stedelijk gebied van het water uit landelijk gebied en zorgen we dat waterlichamen langer watervoerend blijven. Hierbij speelt de klimaatverandering een belangrijke rol, omdat in de drogere perioden, die in de toekomst vaker worden verwacht, de watervoerendheid van de waterlichamen nog meer in gevaar komt. Door de chemische ecologische kwaliteit van het water te verhogen, komen planten- en diersoorten terug en breiden ze zich uit.

Grond- en oppervlaktewaterpeil

De meeste waterschappen zijn sinds het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) aan de slag gegaan met het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) . Deze vorm van integraal waterbeheer bepaalt mede hoe de waterschappen de komende jaren het landelijk deel van hun beheersgebied inrichten.

Het GGOR beschrijft het streefbeeld van het watersysteem. Het streefbeeld is afgestemd op de ruimtelijke functies in een gebied en heeft betrekking op zowel het oppervlaktewater als het grondwater. Het bijbehorende stappenplan zorgt voor een belangenafweging tussen de diverse functies en dat er objectieve onderbouwde keuzes worden gemaakt.

Grondwater als buffer

De opslag van extra water in de bodem heeft in potentie een veel grotere opslagcapaciteit dan het aanwezige oppervlaktewater. Om deze te benutten moeten grondwaterpeilen meer ‘mee kunnen bewegen' met de neerslagpatronen. Deze veranderen volgens de onderzochte en inmiddels algemeen onderkende klimaatveranderingen. Door de verwachte nattere winters neemt de noodzaak van hogere peilen op de hoger gelegen zandgronden toe. Groot voordeel van deze benadering is dat in drogere perioden een grotere buffer in het systeem aanwezig is en minder gebiedsvreemd water van mindere kwaliteit ingelaten hoeft te worden.

Terug